Ik laat letters op het papier druppelen.
Zoals inkt in water zo vormen mijn letters woorden. Woorden vormen zinnen en er ontstaan verhalen.
Ik schrijf.
Mijn gevoel, net als wolkjes melk in heldere thee, kringelt rond.
Ik schrijf over jou. Of meer over het beeld dat ik heb van jou in mijn hoofd.
'ik' ben de hoofdpersoon.
Ik lees veel boeken en inspiratie komt van de dingen om me heen.
Ook een beetje van jou.
Het regent. Ik zit op de stoep.
Ik denk na over leven.
Dood.
Leven.
Ik denk na over leven.
Dood.
Leven.
Wat is dat dood? 'De afwezigheid van leven' zei mijn opa altijd. Hij is ook dood.
Mijn haren zijn nat geworden van al het water dat uit een onzichtbare gieter naar beneden valt. De aarde onder mij is nog natter dan mijn haar.
Een mens loopt voorbij. De persoon in kwestie steekt het plein over.
Ik kijk hem na.
'Hoe voelt de regen?'
'Hoe voelt de regen?'
De woorden glippen uit mijn mond voor dat ik er erg in heb.
Ze hangen even in de lucht. Misschien weten ze niet zo goed waar ze heen moeten.
De persoon blijft staan. Hij draait zich om.
In een langzame maar vloeiende beweging.
Hij komt mijn kant op.
De persoon blijft staan. Hij draait zich om.
In een langzame maar vloeiende beweging.
Hij komt mijn kant op.
Mijn woorden hebben hem gevonden.
Hem.
Omdat ik zie aan hoe het gekleed is, dat het een mannelijke vorm van 'de mens' moet zijn.
Omdat ik zie aan hoe het gekleed is, dat het een mannelijke vorm van 'de mens' moet zijn.
'Het voelt goed.' zegt 'hij', nadat hij op 3 meter afstand van mij is blijven staan.
Het regent pijpenstelen.
'Sorry.' Zegt hij plotseling. Zijn woorden weten goed de weg te vinden.
'De regen.' zegt hij ter verduidelijking.
Hij zet 3 stappen.
1.
2.
3.
Zonder aarzeling.
1.
2.
3.
Zonder aarzeling.
Hij kijkt me aan.
'Tom.' Hij steekt zijn hand uit.
'Tom.' Hij steekt zijn hand uit.
Ik kijk met een waas voor mijn ogen, dwars door de regen, naar zijn hand.
Mijn gedachten spinnen. Ik pak zijn hand en kijk hem aan.
In de zelfde vloeiende beweging.
Maar dan vluchtig.
'Sam.' Zeg ik, terwijl ik de regen laat vallen.
In de zelfde vloeiende beweging.
Maar dan vluchtig.
'Sam.' Zeg ik, terwijl ik de regen laat vallen.
Ik kijk naar de regen.
Gesmolten zilver lijkt naar beneden te komen.
Onze handen vallen terug naar waar ze horen; naast ons lichaam.
Onze handen vallen terug naar waar ze horen; naast ons lichaam.
'Hoe voelt de regen?'
Hij kijkt me aan. Met een, door de regen, wazige glimlach.
Hij kijkt me aan. Met een, door de regen, wazige glimlach.
'Het voelt goed.'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten