Pagina's

dinsdag 22 januari 2013

Ik schrijf 11

Eens even wat anders
op een andere manier
maar dan anders

Ik zou het wel willen.
Dat ik het kon.
Dat ik het anders kon, dan de anderen dat kunnen.
Maar ik kan het niet.

Anders zijn is ingewikkeld
Omdat als je iemand anders bent
Of als iemand anders wil zijn
Dan is dat oké.
Maar willen twee mensen
anders zijn,
dan is het al snel
dat ze dan iemand
anders zijn
En dus niet echt anders

Hetzelfde.

Ik probeer dus anders te zijn
Maar ik weet altijd:
anders tegelijkertijd
met iemand anders
anders zijn

Ik hou er van
Als je anders bent
en iemand anders
bent
Het maakt me gek

Het maakt jou leuk
Anders spelen
met woorden
Iemand anders
gek maken

Willen twee mensen
anders zijn,
dan is het al snel
dat ze dan iemand
anders zijn.
En dus niet echt anders.

Herzelfde.
Dus.

zondag 13 januari 2013

Ik schrijf 10

Herhaling. Herhaling.
Ik snap het niet helemaal.
Niet altijd worden dingen herhaalt.

Er word herhaaldelijk naar mij geglimlacht.
Herhaaldelijk zit ik in de regen.
Herhaaldelijk zit Tom naast me en schets hij de facetten van mij gezicht.
Mijn kmon, mijn neus en ogen.
Mijn haar en wenkbrouwen.
Dat herhaalt hij.

Ik lees een boek. Ik lees het nog een keer.
Maar mensen doen
de zelfde dingen
te vaak nog een keer.

'De geschiedenis herhaalt zich.'

Zei mijn opa, maar hij leefde maar één keer.

Oke. Twee keer, maar het is geen herhaling.
Het heet leven, maar dan ergens anders.

Ik noem het hemel.
God noemt het ook hemel.

Het was twee keer leven.
Maar geen herhaling.

Als de geschiedenis zich herhaalt
is de wereld dom bezig.

Omdat twee keerr hetzelfde doen,
vaak saai is.

'Dus als je iets nog een keer doet,
doe het dan net anders.'

Dit vertelde mijn opa.

Hij leeft weer.
Maar hij valt niet in herhaling.

Hij schrijft
geschiedenis.

Ik schrijf 9

Het was koud.
En regenachtig.
Alweer.

Alweer vielen er mini, zilverachtige druppeltjes uit de hemel.
Bij God vandaan.
Ze zetten me aan het denken.
Zo als ik m altijd af vroeg als het regende.
Huilt God?

Het was koud.
En ik was buiten.
Alweer.

Een fijne kant aan koude dagen:
heldere nachten.
Vol met fonkelende, onbereikbare
en ontelbare sterren.

Alweer
zilverachtige druppeltjes uit de hemel.

Huilt God?

Want wie weet of het tranen zijn?
Misschien zijn het wel druppels
vreugde.
Druppels tranen van het lachen.

Huilt God?
Ja, Hij huilt.

Maar vreugde of verdriet?
Die vraag kan alleen Hij beantwoorden.

En ik droog mijn zilveren tranen.
En glimlach.
Alweer.

woensdag 2 januari 2013

Ik schrijf 8

Fantaseren
iets wat ik graag doe.

Een beetje zo als Alice,
weg dromen bij de waterkant en een ongewoon wezen volgen,
die een vest draagt.
Vervolgens in een konijnenhol vallen en blootstaan aan de wreedheid van
de rode koningin.

Ik hou er van mij eigen wereld te bedenken.
En soms hé..
Soms paste Tom daar gewoon niet in.
Ik wilde mijn eigen weg zoeken
onafhankelijk zijn.

Maar als ik dan te lang weg was.
Dan kreeg ik zo'n gevoel van binnen.
Zo'n gevoel dat er iets niet klopt.

Het leek op pijn
maar was het net niet helemaal.
Het leek als of mijn hart het uitschreeuwd naar de
hemel
om hulp.

Het was als of de lucht veel minder blauw was,
het gras veel minder groen was
en de zon veel minder warm.

En die middag toen mijn gevoel me riep,
ik mijn ogen sloot
en
       mijn
                fantasie
                          me
                                    mee
                                            nam.

Het was toen dat ik me het realiseerde
en zachtjes fluisterde ik,
de wind nam mijn woorden mee:


'Ik mis je.'