Pagina's

dinsdag 19 februari 2013

Ik schrijf 14

Alleen
ik moest volhouden
Alleen
ik moest door gaan

Ik moet van mezelf
Ik wil niet anders dan
alleen
zijn

Ik wil het anders
anders dan nu
Anders dan toen
Gewoon anders
beter

Laat het beter zijn
Beter dan toen
Beter dan nu

want alleen
dan kan het echt
beter zijn
alleen
zijn is nooit beter
Alleen
wel als het ophoud

Als de regen ophoud
Laat het op houden
en laat het beter zijn

Beter
dan
alleen

maandag 11 februari 2013

Ik schrijf 13

Ik zat in het gras
En omdat het al weer een poos geleden was
dat ik Tom had gezien
besloot ik hem te bellen
En te vertellen dat ik hem mis

Dat missen van mensen,
dat is iets 
waar ik niet zo goed bij kan
mijn gevoel
slaat op hol
en weet niet meer wat het moet doen
want wanneer je 
je zo voelt 
zoals ik me nu voel..

Ik hou de telefoon aan mijn oor
terwijl ik op een kaakje knaag
knaagt er tegelijk iets diep in mij

Een gevoel van 
verlatenheid
en diepe angst

Afwijzing
en alleen zijn
Het zijn niet de dingen die ik wil voelen

Het liefst zou ik me de hele tijd voelen
Zoals
Alice
In wonderland
Die in een konijnen hol valt
en met elke stap die ze zet
een nieuw avontuur te gemoed gaat

Om telkens opnieuw
weer wakker te worden
Te vallen in die zelfde droom
En zelf keuzes te maken

Voor wat goed is
en wat niet

Tom nam niet op
En ik legde mijn hoofd op mijn armen
en sloot mijn ogen
In het gras.

dinsdag 5 februari 2013

Ik schrijf 12

Ik bevond me weer in de regen.
Stromen zilverdraad blijven maar komen.
Maar het deed me weinig.
Vooral mijn haar en kleding werden nat.

Water.
Over al.
Zo leek het tenminste.
Soms deed mijn fantasie het niet zo goed.
Moeheid overvalt me.
Ik hou me vast aan het muurtje.
Waar ik me altijd aan vast hield.

Het muurtje is dicht bij de plek
waar ik Tom voor het eerst ontmoette.
Dat was al weer een poos geleden.

Toen regende het ook.
Net als nu.
Regenachtige strepen zilver.
De wereld om me heen vervaagde
en om me heen vormden zich plassen.

Ik zucht diep.
Een vlinder fladdert vlak langs mijn gezicht.
Vechtend tegen de regen.
Mijn hij wint het niet.
Bijna neergeslagen door de,
voor hem,
gigantische druppels,
land het beestje op het muurtje.

Waar ik me altijd aan vast hield.

En die ik misschien maar weer eens afmoest breken.